Hieronder staan een aantal praktijkrekenvragen.

Bij elke opgave krijg je meerdere vragen. Werk deze uit met pen en papier.
Je kunt de knop ‘Alle 5 stappen uitgelegd’ gebruiken als hulp.

Bij stap 1 t/m 5 kun je controleren of je goed bezig bent.

Tip: Begin bij elke nieuwe vraag weer bij stap 1 van het stappenplan.
Zo houd je overzicht en maak je minder fouten.

Activiteitenmiddag bij de Koekoek

Buurtcentrum De Koekoek organiseert in de vakantie een activiteitenmiddag voor kinderen van het dorp. Er zijn 24 kinderen aanwezig. De middag duurt van 13.00 tot 17.00 uur. Er zijn 4 activiteiten waaruit gekozen kan worden:

  • Cupcakes versieren

  • Sport & spel

  • Knutselen

  • Dansworkshop

Elke activiteit duurt 1 uur en wordt 2 keer gegeven iedere activiteit heeft 2 begeleiders nodig en er mogen maximaal 12 kinderen per ronde meedoen. Er zijn 6 begeleiders beschikbaar. 

Voor de cupcakes-activiteit geldt, per kind is 1 cupcake nodig, de cupcakes zijn verpakt per doos van 12 stuks.

de Vragen:

  • Hoeveel uur duurt de middag?

  • Hoeveel rondes van 1 uur zijn er mogelijk?

  • Hoeveel begeleiders zijn nodig als alle 4 activiteiten tegelijk draaien?

  • Hoeveel activiteiten kunnen tegelijk draaien met 6 begeleiders?

  • Hoeveel activiteiten moeten in totaal gegeven worden als elke activiteit 2 keer plaatsvindt?

  • Kunnen alle activiteiten binnen 4 rondes worden ingepland?
    Leg uit hoe je dat weet.

  • Alle 24 kinderen doen mee aan cupcakes versieren.
    a. Hoeveel cupcakes heb je nodig?
    b. Hoeveel dozen moet je bestellen?

Klik hier als je de stappen van het stappenplan wilt bekijken

  • Lees eerst goed de vraag
  • Zoek de juiste informatie
  • Bedenk welke som erbij hoort
  • Werk stap voor stap
  • Controleer je antwoord

Alle 5 stappen uitgelegd

1. Lees eerst goed de hele vraag

Ga niet meteen rekenen.
Lees de tekst rustig door. Soms moet je een vraag zelfs twee keer lezen.

 

2. Zoek de belangrijke informatie

Niet alles in de tekst heb je nodig.

Vraag jezelf af:

  • Welke getallen zijn belangrijk?

  • Wat moet ik precies uitrekenen?

  • Moet ik iets vergelijken (bijvoorbeeld de goedkoopste optie)?

Streep belangrijke informatie onder.

 

3. Bedenk welke som erbij hoort

Moet je:

  • optellen?

  • aftrekken?

  • vermenigvuldigen?

  • delen?

  • meerdere sommen maken?

Soms heb je meer dan één berekening nodig.

 

4. Werk stap voor stap

Maak eerst kleine berekeningen.
Schrijf alles netjes op.

Bijvoorbeeld:

  • Eerst kosten per persoon uitrekenen

  • Daarna het totaal berekenen

Zo houd je overzicht.

 

5. Controleer je antwoord

Denk na:

  • Is mijn antwoord logisch?

  • Kan dit bedrag kloppen?

  • Ben ik niets vergeten?

Wanneer het antwoord niet logisch is voor een situatie in het echt, is de kans groot dat je antwoord niet klopt. 

Stap 1

Je moet berekenen

  • Hoeveel uren duurt de activiteitenmiddag
  • Hoeveel rondes van 1 uur er passen tussen 13.00 en 17.00 uur
  • Hoeveel begeleiders er nodig 
  • Hoeveel activiteiten kunnen tegelijk draaien
  • Hoeveel activiteiten moeten in totaal gegeven worden als elke activiteit 2 keer plaatsvindt
  • Kunnen alle activiteiten binnen 4 rondes worden ingepland?, hoe weet je dit?
  •  Hoeveel cupcakes heb je nodig en hoeveel dozen moet je bestellen?

Stap 2

Belangrijke informatie:

  • Er zijn 24 kinderen

  • De middag duurt van 13.00 tot 17.00 uur

  • Er zijn 4 activiteiten: Cupcakes versieren, Sport & spel, Knutselen, Dansworkshop

  • Elke activiteit duurt 1 uur

  • Elke activiteit wordt 2 keer gegeven

  • Per activiteit zijn 2 begeleiders nodig

  • Er zijn 6 begeleiders beschikbaar

  • Maximaal 12 kinderen per activiteit per ronde

  • Voor cupcakes:Per kind 1 cupcake nodig. Verpakt per 12 cupcakes per doos

 

stap 3

Bedenk de som ga je optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen of....

Aftrekken (hoeveel rondes passen er tussen 13.00 en 17.00 uur?)
Reken uit hoeveel uur ertussen zit.

Vermenigvuldigen (hoeveel begeleiders zijn er per ronde nodig?)
Reken uit hoeveel begeleiders nodig zijn voor alle activiteiten samen.

Aftrekken (heb je genoeg begeleiders?)
Vergelijk hoeveel begeleiders je nodig hebt met hoeveel er zijn.

Vermenigvuldigen (hoeveel cupcakes heb je nodig?)
Reken uit hoeveel cupcakes je in totaal nodig hebt.

Delen (hoeveel dozen moet je bestellen?)
Reken uit hoeveel dozen je nodig hebt als er 12 cupcakes in één doos zitten.

Delen (hoeveel rondes zijn nodig?)(kunnen er 2 activiteiten per uur draaien?)
Reken uit hoeveel activiteiten tegelijk kunnen draaien met 6 begeleiders.

stap 4

Stap 4: Reken stap voor stap

Hoeveel uur duurt de middag: 17.00 − 13.00 = 4 uur

De middag duurt 4 uur.

Hoeveel rondes van 1 uur zijn er mogelijk: De middag duurt 4 uur.
Elke activiteit duurt 1 uur.

4 ÷ 1 = 4 rondes

Er zijn 4 rondes mogelijk.

Heb je genoeg begeleiders

4 activiteiten × 2 begeleiders per activiteit = 8 begeleiders

Er zijn 8 begeleiders nodig als alles tegelijk draait.

Hoeveel activiteiten kunnen gelijkl draaien ?

6 begeleiders ÷ 2 begeleiders per activiteit = 3 activiteiten

Er kunnen 3 activiteiten tegelijk draaien.

Hoeveel activiteiten in totaal?

Elke activiteit wordt 2 keer gegeven.

4 activiteiten × 2 = 8 activiteiten in totaal

Er moeten 8 activiteit-momenten plaatsvinden.

Kunnen alle activiteiten in 4 uur worden gepland?

Per ronde kunnen 3 activiteiten draaien.

Ronde 1 → 3 activiteiten
Ronde 2 → 3 activiteiten
3 + 3 = 6 activiteiten gedaan

8 − 6 = 2 activiteiten over

Ronde 3 → 2 activiteiten

Er zijn dus 3 rondes nodig.

Controle:
Er zijn 4 rondes mogelijk.
Er zijn 3 rondes nodig.

4 − 3 = 1 ronde over

Ja, het programma kan binnen 4 uur uitgevoerd worden, want er zijn genoeg rondes.

Aantal cupcakes nodig
24 × 1 = 24 cupcakes

Aantal dozen bestellen
24 ÷ 12 = 2 dozen

 

stap 5

Ben je niks vergeten

klinkt je antwoord logisch voor de situatie

 

klik hier als je de stappen van het stappenplan wilt bekijken

  • Lees eerst goed de vraag
  • Zoek de juiste informatie
  • Bedenk welke som erbij hoort
  • Werk stap voor stap
  • Controleer je antwoord

Alle 5 stappen uitgelegd

1. Lees eerst goed de hele vraag

Ga niet meteen rekenen.
Lees de tekst rustig door. Soms moet je een vraag zelfs twee keer lezen.

 

2. Zoek de belangrijke informatie

Niet alles in de tekst heb je nodig.

Vraag jezelf af:

  • Welke getallen zijn belangrijk?

  • Wat moet ik precies uitrekenen?

  • Moet ik iets vergelijken (bijvoorbeeld de goedkoopste optie)?

Streep belangrijke informatie onder.

 

3. Bedenk welke som erbij hoort

Moet je:

  • optellen?

  • aftrekken?

  • vermenigvuldigen?

  • delen?

  • meerdere sommen maken?

Soms heb je meer dan één berekening nodig.

 

4. Werk stap voor stap

Maak eerst kleine berekeningen.
Schrijf alles netjes op.

Bijvoorbeeld:

  • Eerst kosten per persoon uitrekenen

  • Daarna het totaal berekenen

Zo houd je overzicht.

 

5. Controleer je antwoord

Denk na:

  • Is mijn antwoord logisch?

  • Kan dit bedrag kloppen?

  • Ben ik niets vergeten?

Wanneer het antwoord niet logisch is voor een situatie in het echt, is de kans groot dat je antwoord niet klopt. 

Stap 1

Je moet berekenen:

Hoeveel hamburgers, broodjes en blikjes fris er in totaal nodig zijn

Hoeveel dozen hamburgers, zakken broodjes en trays frisdrank je moet inkopen

Of je recht hebt op korting bij de hamburgers en bij de frisdrank

Wat de totale inkoopkosten zijn (inclusief korting)

Wat de totale opbrengst is (40 jongeren × €6,00)

Of het buurtcentrum winst of verlies maakt, en hoeveel

Stap 2

Belangrijke informatie:

Er zijn 40 jongeren

Iedere jongere krijgt:
1 hamburger
1 broodje
1 blikje fris

Iedere jongere betaalt €6,00

Hamburgers:
Verpakt per doos van 10 stuks
€18,00 per doos
Bij 3 dozen → 10% korting
Bij 5 dozen → 15% korting

Broodjes:
Verpakt per zak van 12 stuks
€4,80 per zak
Geen korting

Frisdrank:
Verpakt per tray van 24 blikjes
€9,60 per tray
Bij 2 trays → €2,00 korting per tray

Stap 3

Bedenk de som: Ga je optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen, procenten berekenen of vergelijken?

Vermenigvuldigen (hoeveel hamburgers, broodjes en blikjes zijn er nodig?)
Reken uit hoeveel producten je nodig hebt voor 40 jongeren.

Delen (hoeveel dozen hamburgers moet je kopen?)
Reken uit hoeveel dozen van 10 nodig zijn voor het totaal aantal hamburgers.

Delen (hoeveel zakken broodjes moet je kopen?)
Reken uit hoeveel zakken van 12 nodig zijn voor het totaal aantal broodjes.

Delen (hoeveel trays frisdrank moet je kopen?)
Reken uit hoeveel trays van 24 nodig zijn voor het totaal aantal blikjes.

Vermenigvuldigen (wat kosten de hamburgers zonder korting?)
Reken uit wat het totaalbedrag is voor het aantal dozen.

Procenten berekenen (hoeveel korting krijg je bij 3 of 5 dozen?)
Reken uit hoeveel procent korting je krijgt op het totaalbedrag.

Aftrekken (wat betaal je na korting?)
Haal de korting van het totaalbedrag af.

Vermenigvuldigen (wat kosten de broodjes en frisdrank?)
Reken het totaalbedrag uit per product.

Aftrekken (hoeveel korting krijg je bij frisdrank?)
Haal €2,00 korting per tray van het totaalbedrag af.

Optellen (wat zijn de totale inkoopkosten?)
Tel alle kosten van hamburgers, broodjes en frisdrank bij elkaar op.

Vermenigvuldigen (wat is de totale opbrengst?)
Reken uit hoeveel 40 jongeren samen betalen.

Aftrekken / Vergelijken (is er winst of verlies?)
Vergelijk de opbrengst met de kosten.
Trek de kosten van de opbrengst af.

Stap 4

Hamburgers nodig
40 × 1 = 40 hamburgers

Dozen hamburgers
40 ÷ 10 = 4 dozen

Kosten zonder korting
4 × €18,00 = €72,00

Korting (10% vanaf 3 dozen)
10% van €72,00 = €7,20

Kosten hamburgers na korting
€72,00 − €7,20 = €64,80

Broodjes nodig
40 × 1 = 40 broodjes

Zakken broodjes

40 ÷ 12 = 3 rest 4
(uitleg: 40 ÷ 12 = 3,33, je kunt geen 3,33 zakken kopen dus je hebt 4 zakken nodig en houd er 8 over)

Kosten broodjes
4 × €4,80 = €19,20

Blikjes fris nodig
40 × 1 = 40 blikjes

Trays fris
40 ÷ 24 = 1 rest 16

Met 1 tray heb je 24 blikjes.
40 − 24 = 16 blikjes tekort.

Dus je hebt 2 trays nodig.

2 × 24 = 48 blikjes
48 − 40 = 8 blikjes over

Kosten zonder korting
2 × €9,60 = €19,20

Korting fris
2 × €2,00 = €4,00

Kosten fris na korting
€19,20 − €4,00 = €15,20

Totale inkoopkosten

  • €64,80 +
  • €19,20+

  • €15,20+
  • = €99,20

Totale opbrengst
40 × €6,00 = €240,00

Winst/verlies
€240,00 − €99,20 = €140,80 winst

Stap 5

Ben je niks vergeten

klinkt je antwoord logisch voor de situatie

Zomerbarbecue bij Buurtcentrum De Horizon

Buurtcentrum De Horizon organiseert een zomerbarbecue voor 40 jongeren.
Iedere jongere krijgt 1 hamburger, 1 broodje en 1 blikje fris.
De jongeren betalen €6,00 per persoon.

De organisatie moet inkopen doen.

De hamburgers worden verkocht per doos van 10 stuks voor €18,00 per doos.
Bij aankoop vanaf 3 dozen krijg je 10% korting op het totaalbedrag.
Bij aankoop vanaf 5 dozen krijg je 15% korting op het totaalbedrag.

De broodjes worden verkocht per zak van 12 stuks voor €4,80 per zak.
De frisdrank wordt verkocht per tray van 24 blikjes voor €9,60 per tray.
Bij aankoop van 2 trays krijg je €2,00 korting per tray.

De organisatie wil weten wat de totale kosten zijn en of er winst wordt gemaakt.

Bereken hoeveel dozen hamburgers, zakken broodjes en trays frisdrank er moeten worden ingekocht.

Bereken de totale inkoopkosten van alle producten, inclusief kortingen. Laat je berekening zien.

3. Bereken de totale opbrengst van de barbecue.

4. Maakt het buurtcentrum winst of verlies? Bereken hoeveel.